Wezenlijke intimiteit

John J. Prendergast

John J. Prendergast – Verschenen in InZicht nr 3, 2017 – Leestijd is ca. 9 minuten

Wij mogen niet ophouden met onderzoek, en het einde van al ons onderzoeken zal zijn: aan te komen waar wij begonnen en die plaats voor het eerst te kennen.

[Klein gebod, uit Vier Kwartetten van T.S. Eliot]

Waar ontmoeten we elkaar wezenlijk?Ik had nooit eerder bij deze vraag stilgestaan totdat een cliënt iets zei wat iets bij mij wakker schudde. Ze had zich haar hele leven erg geïsoleerd gevoeld en had moeite om mensen te vertrouwen. Op een dag zei ze totaal onverwacht: “Ik heb nog nooit iemand buiten mijzelf ontmoet.” Ze probeerde te beschrijven hoe geïsoleerd ze zich voelde dat ze door schaamte en angst niet in staat was contact te maken. Ik begreep haar volkomen verkeerd en dacht dat ze bedoelde dat alle ontmoetingen in het grenzeloze zelf plaatsvonden.

Dit was nou wat je een empathische fout noemt. Toen ik mijn enthousiasme over haar diepe inzicht met haar deelde, corrigeerde ze mij en maakte ze me duidelijk dat ze haar remmingen en angsten niet kon passeren en daarom geen contact met anderen kon maken. Na deze initiële verwarring barstten we in lachen uit. Maar dit voorval verschafte mij een verhelderend inzicht in relaties.

Ik ben hier en jij bent daar

Ik ging er eigenlijk altijd van uit dat ik anderen buiten mijzelf ontmoette. Alsof ik mezelf uitstrekte of groter maakte om contact met die ander te maken. Ofwel door het uitsteken van een hand, door oogcontact te maken of een gesprek aan te gaan. Ik ben hier en jij bent daar en we ontmoeten elkaar ergens in onze tussenruimte. In psychologenjargon heet dat de intersubjectieve ruimte.

We herkennen dat allemaal vast wel in de relaties die we hebben met familie, geliefden, vrienden, collega’s, kennissen en vreemden. Elke relatie heeft zo haar eigen mate van nabijheid of intimiteit, die afhangt van de wederzijdse resonantie, rollen die we aannemen, aantrekking tot elkaar en mate van vertrouwen. En ze vinden plaats op verschillende niveaus: fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel.

Verwevendheid

Op basis van al die interacties vormt zich na verloop van tijd een web van subtiele en complexe verbindingen. Deze kunnen voedend, ambivalent, onverschillig of destructief zijn. Sommige zijn terloops en van korte duur, andere zijn langdurig en stabiel. Maar continu zijn ze aan verandering onderhevig. Dit is zo’n beetje het meest beknopte overzicht van menselijke relaties dat ik kan geven.

We hechten ook aan andere zaken zoals dieren, plekken, fysieke objecten en met name aan ideeën. Als aardbewoners bestaan we allemaal uit sterrenstof en delen we zuurstof met alle wezens op deze kleine, waardevolle planeet. Gemanifesteerd leven is een oneindig complex web van relaties en verbanden. Zoals de ‘oerwoudwijze’ en ecologist John Muir zei: “Als we iets ergens, als op zichzelf staand, uit willen halen, ontdekken we de verwevenheid die het heeft met al het andere in het universum.”

Fragment uit: ‘In Touch – How to Tune In to the Inner Guidance of Your Body and Trust Yourself’ – van John Prendergast. Online verkrijgbaar bij o.a. Amazon.com.
Expiriment

Onderzoek naar wezenlijk ontmoeten

Wanneer had je het gevoel dat je het meest wezenlijk contact maakte met een ander wezen? Waar vindt deze meest intieme en essentiële ontmoeting plaats? Wat ervaar je nu als je dit voor jezelf onderzoekt? Neem even wat tijd om op je antwoorden te reflecteren.

Door het mij toevallig overkomen inzicht kristalliseerde bewust het begrip uit van iets wat ik altijd al ervoer. Met dit inzicht spelend realiseerde ik me dat een wezenlijke ontmoeting plaatsvindt als ik de ander volledig en moeiteloos ‘binnen’ mijzelf ontmoet. Ik zag in dat ik mijzelf nooit hoefde te verlaten om contact te maken met de ander. Ja, ik moet wel ‘openstaan’, maar ik hoef nergens heen. Het is een subtiel en belangrijk inzicht. We zijn zo bang contact te verliezen en soms ook om het te maken terwijl de diepste, meeste wezenlijke connectie er altijd al is, als we ontspannen in ons zelf. Zolang we ons zelf niet verlaten, kunnen we nooit verlaten worden. We zijn immers al verbonden.

Ontmoetingsplek

Terwijl we anderen als objecten buiten ontmoeten, vinden essentiële ontmoetingen altijd plaats in het hart. Maar wat noemen we nu het hart? Als ik die plek onderzoek, voelt het als een centrum van warmte in mijn borst. Denk maar eens aan een dierbare en let op wat je voelt. Als we dit gevoel verder onderzoeken, vinden we uiteindelijk geen aanwijsbare plek. De schijnbare ontmoetingsplek lost op. Er is alleen openheid, intimiteit en grenzeloze liefde. We ontdekken iets voorbij ons beperkte zelf, iets universeels. Daar treffen we elkaar wezenlijk. Om anderen zo intiem te ontmoeten, moeten we eerst thuis zijn in ons zelf. Onze relatie met de ander is geworteld in de relatie die we hebben met ons zelf. Als we daar niet intiem mee kunnen zijn is het onmogelijk dat met anderen te zijn. Zelf-intimiteit komt voort uit diepgaande zelfaanvaarding.

Dakloos

Zolang we onszelf zien als een belangrijk of juist nietszeggend iemand, zijn we niet ‘thuis’ en is ons contact met ‘de ander’ slechts gedeeltelijk. Zolang we het gemis of ontbrekende in onszelf willen vervullen, zijn we nog steeds niet thuis. Ook niet als we steeds aandacht willen of ons juist willen verschuilen. Zolang we ons verliezen in verlatingsangst, agressie of verslaving, zijn we ver van huis. Ook als we verstrengeld zitten in de rol van de verzorger die als onbewuste strategie zorg geeft om uiteindelijk zelf zorg te krijgen zijn we nog steeds dakloos. Als we voor onszelf en anderen zorgen als objecten of identiteiten, blijven we thuisloos. Er zijn vele manieren om ontheemd te zijn terwijl het lijkt of we een relatie hebben. Zoals Ramana Maharsi aangaf, we zijn altijd al thuis, maar we beseffen het gewoon niet. Alle soorten van innerlijk thuisloos zijn die ik hier beschrijf zijn vormen van zelfvergetelheid. Of zoals Byron Katie zegt: “Het is slechts onschuldige verwarring.”

Een bestaansgrond

Wanneer ik thuis ben in mijzelf, ontmoet ik jou in en als mijzelf. Dit gaat een stap verder dan Martin Bubers ‘Ich und Du’ (waarin hij stelt dat mens-zijn zich ontwikkelt in de relatie en in de ontmoeting met de ander. Echt mens-zijn is dan in een wederkerige relatie leven met je omgeving), het is niet: ik-jij, maar: ik-ik.

Dit betekent niet dat verschillen of tegenstellingen genegeerd of ontkend moeten of kunnen worden. Er is een heldere herkenning, respect en zelfs ‘viering’ van uitgesproken visies, gevoelens en behoeften van anderen. Het is niet het psychologisch versmelten van al die aspecten. Het is de herkenning dat de schijnbare ‘ik’ hier en de schijnbare ‘jij’ daar een en dezelfde bestaansgrond delen. Als Zijn ben jij de uitdrukking van mij en ben ik een expressie van jou. Op dezelfde wijze als we door ons DNA verbonden zijn met al het biologische leven op aarde, zijn we met al het leven verbonden door ons gedeelde Zijn. We zijn als verschillende bomen die dezelfde grond delen. Zijn we de boom of de grond? Ja we zijn uniek en niet afgescheiden, niet twee en niet één.

John J. Prendergast

John J. Prendergast is in de VS afgestudeerd als psychotherapeut. Hij heeft een eigen praktijk als huwelijks- en relatietherapeut. Voor zijn studie was hij al geïnteresseerd in  spiritualiteit en meditatie. In een droom maakte hij kennis met Nisargadatta, met als gevolg dat hij ‘I am’ begon te lezen. Daardoor transformeerde zijn zoektocht in zelfonderzoek. In 1983 ontmoette hij Jean Klein, met wie hij tot Kleins dood in 1998 studeerde. Hij vervolgde zijn onderzoek bij Adyashanti. Inmiddels schrijft, spreekt en geeft hij workshops over non-dualiteit.

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio