Reïncarnatie: Opnieuw ‘vlees’ worden – Een Cursus in Wonderen en Advaita

Jan van  Delden

Jan van Delden – Verschenen in InZicht nr 4, 2018 – Leestijd is ca. 11 minuten

In de weg van ‘zelfonderzoek’ gaat het om de beëindiging van het geloof in het afzonderlijke ’ik’. Zoals ik het ervaren heb, kan er bij de ontmanteling van dit onware zelf veel angst opgeroepen worden, ook al heb je intellectueel de boodschap wel begrepen. In al die jaren dat ik over dit onderwerp spreek heb ik dat heel vaak gezien. Maar advaita biedt mijns inziens niet veel ruimte om hulp te vragen.

Een Cursus in Wonderen echter doet dat wel, op een manier zoals beschreven in het volgende fragment van Ramana Maharshi. “In alles wat zich aandient, dient U zich aan. Waar ik ook maar kijk, bent U. Hoewel ik inzie dat U alles bent, ben ik nog in de waan dat ik daar niet bij ben inbegrepen, en daarom vraag ik U: help mij deze waan te doen oplossen!” Ook uitspraken van Ramana als “verslind mij” en “vernietig mij” verwijzen naar iets wat het kleine zelf te boven gaat en waaraan dus symbolisch hulp gevraagd kan worden. Deze innerlijke hulp wordt in Een Cursus in Wonderen de Heilige Geest genoemd en staat voor het eeuwige tegenwoordigheid-zijn in ons dat nooit is beïnvloed door ons dromen maken; ons Ware Zelf. Dus als je me zou vragen waarom ik, Jan, met mijn ‘advaita-achtergrond’ De Cursus heb omarmd, kan ik beter zeggen dat De Cursus mij omarmd heeft.

Uit Een Cursus in Wonderen/Handboek voor Leraren:

24. Is reïncarnatie het geval?

1. In uiteindelijke zin is reïncarnatie onmogelijk.

  • Er is geen verleden of toekomst, en het idee van geboorte in een lichaam heeft geen betekenis, noch één keer, noch meerdere keren.
  • Reïncarnatie kan dan ook in geen enkele werkelijke zin waar zijn.
  • Onze enige vraag zou moeten luiden: ‘Is het begrip ons behulpzaam?’
  • En dat hangt natuurlijk af van waarvoor het wordt gebruikt.
  • Als het gebruikt wordt om het inzicht in het eeuwige karakter van het leven te versterken, dan is het inderdaad behulpzaam.
  • Is enige andere vraag hieromtrent werkelijk van nut om het pad te verlichten?
  • Zoals menige andere overtuiging, kan deze jammerlijk worden misbruikt.
  • In het minste geval biedt zulk misbruik vooringenomenheid met en misschien trots over het verleden.
  • In het ergste geval brengt het daadloosheid teweeg in het heden.
  • Daartussen zijn velerlei soorten dwaasheid mogelijk.

2. Onder geen enkele omstandigheid zou reïncarnatie het probleem zijn waar men zich nu mee bezig moet houden.

  • Ook al was ze verantwoordelijk voor een aantal moeilijkheden waar iemand nu mee wordt geconfronteerd, dan is het nog steeds zijn enige taak er nu een uitweg voor te vinden.
  • Ook al is hij bezig de basis voor een toekomstig leven te leggen, dan kan hij zijn verlossing toch alleen maar nú bewerken.
  • Voor sommigen kan er van het begrip troost uitgaan, en als het hen bemoedigt is de waarde ervan vanzelfsprekend.
  • Het staat echter vast dat de weg naar verlossing zowel gevonden kan worden door hen die wel als door hen die niet in reïncarnatie geloven.
  • Het idee kan daarom niet beschouwd worden als essentieel voor het leerplan.
  • Er is altijd enig risico aan verbonden het heden te zien in termen van het verleden.
  • Er schuilt altijd iets goeds in elke gedachte die het idee versterkt dat leven en lichaam niet hetzelfde zijn.

Vanuit het advaita-perspectief

Wat is reïncarnatie? Letterlijk betekent het: opnieuw ‘vlees’ worden, maar wie of wat wordt er dan opnieuw ‘vlees’? Die of datgene ís dus geen vlees maar kiest er blijkbaar steeds opnieuw voor om het te worden. Terwijl deze keuzemaker blijkbaar wel contiNU daar is maar iets meer wil dan wat zijn natuurlijke staat moet zijn. In plaats van louter zijn kiest hij ervoor ‘iets’ te zijn; een lichaam van vlees en bloed. Maar wat biedt dat vlees hem dan? In ieder geval is het iets wat tijdgebonden is, want anders zou het niet steeds weer ophouden te bestaan. Er zijn in mijn visie twee mogelijkheden: Of het geeft zo’n lekker gevoel dat je ‘het vlees zijn’ steeds opnieuw wilt. Steeds weer een nieuw ijsje. Of het lukt je maar niet in dat vlees te vinden wat je zoekt en blijf je het proberen. Keer op keer…. Als het de eerste optie is, dan is datgene wat we het lekkerst vinden óók iets wat we weer verliezen. Misschien is het dan juist begerenswaardig omdát we het kunnen verliezen.

Weten we eigenlijk wel wat we elke keer in die sterfelijkheidservaring zoeken? Rennen we niet achter een onhaalbare worst aan en drijft (valse) hoop ons misschien om het steeds weer te proberen? Het lijkt mij van belang erachter te komen wat je nu eigenlijk zoekt in dat ‘vlees-zijn’ dat steeds weer voorbijgaat. Want mijn boerenverstand zegt mij dat het alleen maar een kortstondig fenomeen is dat je inruilt voor het eeuwige gewoon NU geluk zelf zijn. Terwijl we onszelf ondertussen voor de gek houden met het idee dat het leuk is een lichaam te hebben en te zijn vanwege de ongekende mogelijkheden die dat zou bieden. Sommige tradities hangen het idee van vervolmaking aan, maar wat moet er dan volmaakt worden als onze natuurlijke staat al volmaakt geschapen is door God Zelf. Zou het niet zo zijn dat we onze aanvankelijke wens om een lichaam te zijn gewoon wilden vergeten en dáárin zo succesvol zijn waardoor we nu wanhopig proberen te vinden wat we verloren lijken te zijn? Want geeft het achter een fantasiewortel aanlopen ons echt zo veel voldoening? Reïncarnatie is in feite niets anders dan wanneer je elke ochtend – zelfs elke seconde – wakker wordt en dan meer waarde hecht aan het ‘verhaal’ uit het verleden dat zich afspeelt in het stabiele NU dan het ongerepte stille NU-ZIJN zelf. Dat stille Nu vinden we blijkbaar niet de moeite waard omdat we daar geen persoonlijke inbreng in hebben en het ons leeg voorkomt. We weten niet hoe snel wij het eeuwige NU moeten vullen met allemaal onzinverhalen die ons van alles en nog wat beloven in een toekomst die uiteindelijk voor altijd onbereikbaar blijft. Misschien is het de moeite waard om eens te kijken hoe dat stille, blanco NU-zijn eigenlijk voelt en waarom we dat inruilen voor al die gebakkenluchtverhalen. Het ego ontkent elke ver-antwoord-elijkheid en zegt: Wie of wat kan ik de schuld geven (zodat ik er van af ben)? Maar hoe ver- wil je gaan in het lijden (ver-leden)? Maar na onderzoek blijkt de oplossing van het raadsel op de eerste plaats te vinden in de (h)erkenning van het feit dat we zelf dit ‘verledenverhalenspoor’ hebben uitgezet en willen geloven, en vervolgens in de bereidheid om de consequentie van dit geloof in geprojecteerde beelden onder ogen te zien. Dan blijkt het verre-antwoord nu toch heel nabij te zijn.

De cursus zegt: “Deze cursus blijft steeds hetzelfde benadrukken: op dít moment wordt jou volledige verlossing geboden en op dít moment kun jij die aanvaarden. Dit is nog steeds je enige verantwoordelijkheid. De Verzoening kan gelijkgesteld worden aan een totaal ontsnappen aan het verleden en een totaal gebrek aan belangstelling voor de toekomst. De Hemel is hier. Er is geen ergens anders. De Hemel is nu. Er is geen andere tijd.” (Handboek voor Leraren 24.6:1-7)

Opnieuw kun je jezelf dan de vraag stellen: welke wens zit er werkelijk achter mijn streven verborgen? Wat is mijn hartenwens? De pijn van verlies, waar al die verhalen uiteindelijk op uitdraaien, of duurzaam, blijvend geluk (=vrede). Wil ik eigenlijk wel de volledige bevrijding van alles waaraan ik lijd? En zo ja, wanneer wil ik dat dan? In een verre toekomst of nu?

Als wij de Eerste Oorzaak als Eenheid, Alomvattendheid en puur Geest aanvaarden en inzien dat dualiteit nooit bestaan heeft en wij dus geen lichaam kunnen zijn, dan ontdekken wij achter die ego-gedachten simpelweg ons vormloze Gewaarzijn, dat zichzelf kent als louter liefde. Dit feit, deze ingrond, delen we met iedereen die denkt een zelfstandig functionerend persoon/lichaam te zijn en is nooit beïnvloed door welk verhaal dan ook. Deze illusionaire wereld is het resultaat van het ego-denken, dat puur bestaat uit het aandacht geven aan een stapel fantasiegedachten binnen ons abstracte kennendheid-zijn.

In de aanvaarding van dit gegeven ligt de opening tot het herkennen van dat wat we altijd al waren en zullen zijn: Gewaarzijn van Liefde dat zichzelf kent en oneindig deelt. Het Gewaarzijn dat al die ogenschijnlijke lichamen moeiteloos draagt zonder ervan afhankelijk te zijn noch erdoor aangetast kan worden. Dat betekent het delen van Eenheid, wat puur Geluk is, in plaats van te geloven in al die tweeheidfantasieën waarin we bevrediging proberen te vinden via (andere) lichamen. De Cursus roept ons op dit verzoenende feit al te omarmen ook als onze ogen nog echte lichamen lijken te zien die het idee van incarnatie bevestigen. De moeilijkheid is dat wij toch écht dualiteit lijken te ervaren waar in feite slechts sprake is van eenheid. Het is dus aan jou te willen leren zien waar werkelijke stabiliteit en rust te vinden zijn; in het neutrale zien/kennen zelf of in alles wat zich in jouw gewaarzijn aandient en wat, na onderzoek, slechts verbeelde gedachten blijken te zijn. Als God alomvattend is, dan kan die dualiteit, afscheiding die totaal afhankelijk van jouw waarneming is, dus niet echt zijn. Dat moeten dan slechts (droom)beelden van gedachten zijn die opkomen en weer verdwijnen in ons Gewaarzijn.

Hier ligt de uitnodiging te accepteren dat wij dat droomdrama met verbeelde gedachten zelf creëren. Tegelijkertijd moeten wij dat ‘willen zien’ niet verwarren door het vanuit de ogen van het lichaam te beoordelen in plaats van uit ons ongedefinieerde Gewaarzijn. De Cursus houdt zich niet bezig met enig zelfconcept en is voor iedereen die ervoor openstaat aanvaardbaar ongeacht zijn of haar geloofsovertuiging.

De cursus zegt: “Het kan niet sterk genoeg benadrukt worden dat deze cursus aanstuurt op een totale omkeer van denken. Wanneer dit uiteindelijk is bereikt, verliezen kwesties als de geldigheid van reïncarnatie hun betekenis.” (Handboek voor Leraren 24.4:1-2)

“Er is één leven dat ik deel met God.”

Reïncarnatie is dus niets meer of minder dan het steeds opnieuw willen geloven dat je een lichaam/persoon bent. Totdat je ervoor kiest om jezelf als puur Geest te willen herinneren, precies zoals God je geschapen heeft. Reïncarnatie heeft niets te maken met steeds weer een nieuw lichaam/leven, maar met een keuze die je elke dag, elk moment opnieuw maakt tot het wonder van inzicht zich voltrekt en ingezien mag worden dat het niet om de vrijheid van een vogel in de lucht gaat maar de vrijheid van de abstractie van de eeuwigheid zelf. Er is één leven en dat deel ik met God en daarin zijn alle geloofssporen uitgewist.

Jan van Delden

Jan van Delden (1951) kwam eind jaren zeventig in aanraking met zijn leraar, Wolter Keers. Deze leerde hem de betekenis van de onpersoonlijke liefde en de manier waarop die gedeeld kan worden. Na de dood van Keers trok Jan zich terug in Zuid-Frankrijk. Tien jaar later begon hij lezingen te geven, zowel in Frankrijk als in Nederland. Jan schreef drie boeken, die alle drie verschenen bij uitgeverij Samsara: Terug van nooit weggeweest (2003), Zelfrealisatie, is dit nu alles? (2007) en Vele wegen, één thuis (2013).  Info: www.ods.nl/la-rousselie

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio