Han van den Boogaard – Verschenen in InZicht nr 2, 2017 – Leestijd is ca. 6 minuten

In mijn werkzame leven heb ik talloze therapiegesprekken gevoerd met mensen die het moeilijk hadden. Ze hadden te maken met angsten, depressie, wanen, pijn, gebrek aan toekomstperspectief en zelfwaardering, een chronische ziekte of handicap, eenzaamheid. Het was de bedoeling ze in de gesprekken te leren omgaan met hun problemen, de last die ze te dragen hadden in een breder perspectief te zetten, ze handreikingen te bieden om de kwaliteit van hun leven te vergroten.

Maar dat deed ik niet. In plaats daarvan luisterde ik gewoon naar hun verhaal en gaf ik aan dat ik begreep dat ze het moeilijk hadden. Meer kon ik meestal niet doen en meer vroegen de patiënten ook niet. Die wisten, of voelden aan, dat er geen kant-en-klare oplossing voor hun problemen was; dat iedere oplossing die ik hun zou bieden alleen maar zou neerkomen op het verschuiven van het meubilair. Wat ze nodig hadden, was iemand die aangaf dat ze niet mislukt zijn, dat ze volwaardige mensen zijn, inclusief hun pijn en verdriet en angst, en dat het van moed en levenslust getuigt om jezelf iedere dag weer bij elkaar te rapen, te huilen en te lachen, te vallen en weer op te staan, bang te zijn en toch weer te gaan slapen. Het enige waarmee ik ze gerust kon stellen was zeggen dat ze niet bang hoefden te zijn om bang te zijn en dat hun angst vanzelf een keer zou verdwijnen als hij de ruimte kreeg om zichzelf voelbaar te maken.

Inmiddels heb ik zelf een paar chronische aandoeningen en ben ik gedwongen de wereld en mezelf vanuit hun kant te bekijken en te beleven. Maar ik weiger binnen onze slachtoffercultuur de rol van slachtoffer aan te nemen. Want er is geen andere versie van de werkelijkheid mogelijk dan de Nu-versie, en weerstand tegen het onvermijdelijke is een vorm van waanzin. Natuurlijk probeer ik de lichamelijke ongemakken tot een minimum te beperken en bezoek ik dokters en specialisten om te kijken wat er te repareren valt. Maar de persoon die dit alles overkomt is al lang geleden doorzien als fictief. Dus wie zou er ontevreden moeten zijn over de loop die zijn leven genomen heeft? Wie zou er somber moeten zijn over het lot dat hem ten deel is gevallen?

Meerdere behandelaars hebben me de afgelopen tijd gevraagd of ik depressief ben. Telkens heb ik ontkennend geantwoord. Enkelen van hen vroegen me vervolgens hoe het me lukt om niet in een depressie te zakken, zoals de meeste andere van hun patiënten. Ze zijn benieuwd, want met die informatie zouden ze die andere patiënten wellicht kunnen helpen.

Ik zou die artsen kunnen wijzen op een stukje papier dat sinds jaar en dag tegen een van mijn boekenkasten geplakt zit. Life is okay, because it couldn’t be any other way, staat erop. Maar ik betwijfel of ze dat zouden beamen. Ik zou tegen ze kunnen zeggen dat niemand zichzelf kan overstijgen omdat er niemand is die dat zou kunnen doen. Ik zou ze kunnen vertellen over Ramana Maharshi, die volkomen zichzelf bleef toen hij werd aangevreten door een agressieve vorm van kanker.

“Alles wat ik weet, alles wat ik ken, is Dit. Hier. Nu.”

Ik zou kunnen vertellen dat men tegen hem zei dat het leek alsof hij nergens last van had en dat hij toen antwoordde dat schijn bedriegt. “Als ik mijn arm beweeg,” zei hij, “voelt dat alsof er een vrachtwagen overheen rijdt.” Ik zou tegen de artsen kunnen zeggen dat alle zielige verhalen over mezelf niet meer dan zielige verhalen zijn zonder enige substantie of werkelijkheid; dat het ik-verhaal het meest hardnekkige, bedrieglijke, onzinnige verhaal van allemaal is en dat ik het gewoon niet meer geloof; dat slechts de woorden ‘dit’, ‘hier’ en ‘nu’ iets over mij zeggen dat waar is en dat ik het daar het liefst bij laat. Ik zou al die dingen kunnen zeggen, maar ik doe het niet, want als ik het wel zou doen, zou ik ongetwijfeld worden doorgestuurd naar een psychiater. Als me gevraagd wordt hoe het komt dat ik niet depressief ben, zeg ik: ‘Ik weet het niet’, en dat is geen leugen. Ik weet het werkelijk niet, want ieder verhaal dat ik erover vertel is onwaar. Alles wat ik weet, alles wat ik ken, is Dit. Hier. Nu. En dat is meer dan genoeg. En oké, because it couldn’t be any other way.

Han van den Boogaard

Han van den Boogaard (1956) maakte na het afronden van zijn studie psychologie in 1980 een reis naar het Verre Oosten. In India bezocht hij onder meer de ashram van Osho. Deze reis is van grote invloed op hem geweest. In de jaren 1990 verdiepte Han zich vooral in het gedachtegoed van zen. Vervolgens raakte hij geïnteresseerd in de boeken en geschriften van Barry Long en in de jaren daarna werd hij geïnspireerd door het leven van Ramana Maharshi. Hij schreef daarover de biografie Sprekende Stilte – Leven en leer van Sri Ramana Maharshi. Kort daarna schreef hij zijn eerste artikel voor InZicht, tijdschrift over non-dualiteit, waarvan hij een aantal jaar hoofdredacteur was. Zijn laatste boek Zen en de kunst van het kijken verscheen in april 2018.

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio