Leven in een denkbeeldige wereld

Steven Harrison

Steven Harrison – Verschenen in InZicht nr 3, 2007 – Leestijd is ca. 11 minuten


Mensen bestaan, inclusief jij en ik, maar op een bepaalde manier zijn we er ook niet. Hoe zie jij die paradox?

We hebben de neiging een virtuele werkelijkheid te creëren waarin we bestaan, en die denkbeeldige wereld creëert weer een soort versnippering van het feitelijke contact dat we met de wereld hebben – we realiseren ons niet, en kunnen dat ook niet, dat we ons in een heel ander universum bevinden dan het universum dat we creëren met behulp van die mentale beelden en ideeën. We hebben de neiging elkaar in onze denkbeeldige werkelijkheid te ontmoeten, ieder van ons binnen onze eigen persoonlijke computergame die we in ons hoofd gecreëerd hebben. En in die computergame, die denkbeeldige werkelijkheid, zijn allerlei drama’s aan de gang. Maar die drama’s bestaan alleen in ons denken, ze bestaan niet in feitelijke zin.

Cultuur van abstractie

Het gaat bij het contact met de wereld dus om de vraag of we geïnteresseerd genoeg in de feitelijke wereld zijn om zelfs maar voor een paar seconden uit die denkbeeldige wereld te stappen. Dat proces van stappen uit de denkbeeldige wereld en contact maken met de feitelijke wereld noem ik intensivering. Die wordt echt voelbaar als we alle energie waarover we beschikken niet meer laten versnipperen in de denkbeeldige wereld, maar de ruimte geven in de onmiddellijkheid van de feitelijke wereld

Je bent de feitelijke wereld, maar het heeft iets heel paradoxaals om het überhaupt een naam te geven, want zodra iets een naam krijgt, gaat het deel uitmaken van de wereld der woorden.

Kijk, we leven niet in een cultuur van feitelijkheid, maar in een cultuur van abstractie. In onze taal zit het hele idee van verleden en toekomst ingebouwd. We praten erover alsof het dingen zijn die we daadwerkelijk kunnen waarnemen. Als ik terugdenk aan toen ik tien was en wat er toen gebeurde, dan is dat niets anders dan het construeren van het verleden. Of ik zag gisteren iemand, en die had het moeilijk – we beschrijven het zoals we de feitelijke wereld beschrijven, maar wat we werkelijk beschrijven is een constructie. Er zijn van die heel primitieve stammen, in Zuid-Amerika in het amazonegebied heb je er zo een, die in hun taal alleen het heden kunnen beschrijven. Ze kunnen alleen praten over wat ze op dat moment zien. Als ze bijvoorbeeld een man in een kano achter een bocht in de rivier zien verdwijnen, waardoor ze hem niet meer kunnen zien, dan zeggen ze: “hij is uit mijn ervaring gegaan.” ze zeggen niet: “hij is achter de bocht in de rivier”, want dat weten ze niet, ze kunnen dat niet zien, en ze kunnen alleen aangeven wat ze zien. Hun wereld bestaat in termen van hun onmiddellijke en directe ervaring. In onze cultuur hebben we die directe ervaring geabstraheerd tot verleden en toekomst en tot cultuur en geschiedenis – we hebben geschiedenisboeken waar we naar verwijzen alsof het de gebeurtenissen zelf zijn die hebben plaatsgevonden, en we vertellen elkaar al die geschiedenissen. Zo creëren we een geweldig ingewikkelde wereld die zich buiten onze feitelijke ervaring afspeelt, maar die we onze ervaring door middel van abstractie hebben binnengebracht.

“In onze cultuur wordt ons aangeleerd dat het conceptuele aspect van het leven de concrete werkelijkheid is.”

Wat is daar nu feitelijk aan? Feitelijkheid bestaat uit het richten van je aandacht op de dingen die geen deel uitmaken van dat abstracte conceptuele raamwerk. We kunnen zeggen dat het conceptuele niet het feitelijke is omdat er een abstractie van is gemaakt. Het feitelijke is, zou je kunnen zeggen, al het andere dat gaande is. En dat is heel veel. Terwijl we verwijzen naar het conceptuele alsof dat alles is wat er is, is alles wat er is enorm veel uitgestrekter dan die conceptuele wereld. Maar onze cultuur leert ons niet om echt veel tijd in de feitelijke wereld door te brengen. In plaats daarvan brengen we al onze tijd door met ontwikkelingen en transacties in de conceptuele wereld. Maar het gaat mij er niet om dat we de conceptuele wereld helemaal vaarwel zeggen en een primitieve stam in het amazonegebied worden die alleen kan beschrijven wat voor onze neus staat.

Toch schat ik in dat ook zij onderweg zijn naar eenzelfde soort taal en manier van denken als wij kennen.

Het interessante aan die stam is dat ze er niet geïnteresseerd in lijken te zijn om nieuwe dingen in hun cultuur op te nemen. Dat is precies de reden waarom hun cultuur bewaard is gebleven. Ze zijn weliswaar verbijsterd door de dingen die men ze laat zien of die voor hen worden meegebracht, maar ze zijn als cultuur niet geneigd nieuwe dingen in zich op te nemen, en dat houdt hun cultuur intact. Ze kunnen bijvoorbeeld ook niet verder tellen dan twee. In hun rekenkundig systeem heb je één, twee en veel. Een heel eenvoudig rekensysteem is dat. Misschien moeten we dat eens uitproberen in onze beschaafde wereld: rekenen met één, twee en veel. Weet je wel, dan staat er in zo’n bedrijfsrapport: hoe gaat de verkoop? Nou, we zijn met veel gegroeid dit jaar.

Werkelijk contact

Die mensen hebben dus heel weinig interesse in nieuwe dingen, en materialisme is bij hen ook vrijwel onbekend. Het zijn jager-verzamelaars. Ze kennen eigenlijk geen bezittingen, behalve een paar gereedschappen, zoals een mes of een speer. Ze leven in hutten die uit niet veel meer bestaan dan een rieten dak – geen muren, een lemen vloer, en misschien een aparte slaapplaats. Ze kunnen heel makkelijk leven van het bos, dus ze hebben geen behoefte, geen functionele behoefte, aan een uitgebreid denksysteem. Dat is eigenlijk wel interessant. Maar ze bewaren bijvoorbeeld ook geen voedsel, want ze kennen geen toekomst waarop ze zich voorbereiden. Ze creëren in feite geen, zeg maar, progressieve cultuur. Ze bouwen niet voort op de dingen die ze doen, zodat ze het een volgende keer misschien beter doen. Ze doen het en dan vergeten ze het in wezen. De technologie waarmee ze werken communiceren ze niet naar elkaar. Ze doen het gewoon.

Het is een interessante wereld waarin zij leven, en ook een leerzame, maar waarschijnlijk niet een wereld waarin wij weer zouden willen leven. En dat is juist de suggestie van het spirituele denken dat zo toonaangevend is geworden: als we maar in het moment konden leven, dat zou ons nog eens kracht geven. Het geeft inderdaad een bepaalde mate van vrijheid als je in een jager-verzamelaarsmaatschappij midden in het bos leeft. Maar ik weet niet hoe goed het zou werken in de wereld zoals wij die nu kennen. We zouden het kunnen proberen, maar onze cultuur is daar bepaald niet op ingesteld.

De vraag is dus of we de bruikbare elementen van de conceptuele wereld kunnen handhaven, want die maken het ons mogelijk om te zien dat we meer voedsel voor de winter nodig hebben als de oogst dreigt te mislukken, en dat we vijf zakken graan en zes tonnen water nodig hebben, dat vermogen om dingen te plannen, zonder de neurotische angst die vaak met het plannen gepaard gaat. Zo van: zullen zes tonnen water genoeg zijn, misschien heb ik er wel twaalf nodig, en ik zie dat mijn buurman zes tonnen heeft, dus ik maak hem maar een kopje kleiner en pak die tonnen, dan heb ik er twaalf, want het kon best wel eens een strenge winter worden, je weet maar nooit.

Dan offeren we een kip om ervoor te zorgen dat het goed komt.

Ja, we offeren zelfs onze buurman als het moet. Maar dat abstract maken van ons vermogen om vooruit te denken of aan een mogelijke toekomst te denken wordt op die manier wel de oorzaak van het geweld in de wereld. Kunnen we dus de bruikbare elementen van de conceptuele wereld overzien en tegelijkertijd leven vanuit de realiteit, en kunnen we dat vermogen erin verankeren?

Dat is een interessante vraag, want onszelf bezighouden met het voorspellende element in de gedachtestructuur heeft nut, het verhoogt onze kans op overleven, maar we hebben er ook iets door verloren, precies datgene waar we nu in onze wereld naar op zoek lijken, namelijk werkelijk contact met de concrete werkelijkheid van het moment, die levend en vitaal is. Want die conceptualisatie van het leven is niet de realiteit, net zoals een computerspelletje, waarin allerlei elementen van de werkelijkheid zijn ingebouwd, geen realiteit is. Het is niet meer dan een idee. kunnen we daar afstand van nemen? Dat is een interessante vraag. Of gaan we in een almaar groeiende abstractie leven?

Heeft stilte enige waarde voor ons?

Je hebt stilte in de zin van conceptuele stilte, de stilte die opgelegd wordt, of gepraktiseerd of bereikt. Zo’n stilte is voor mij gewoon weer een idee – een geestestoestand. Maar er bestaat ook een stilte die niet vanuit de wil ontstaat en die in feite niet te beschrijven is. Je kunt het niet eens stilte noemen, omdat het bijna iets is dat niet bestaat en toch op een verrassende manier tot leven komt. Ik denk dat zo’n stilte een beetje anders aanvoelt. Het probleem is dat we kijken naar wat er gebeurt en het dan stilte noemen. En zodra we het stilte noemen, willen we het bezitten. en in die lichte en subtiele beweging gebeurt nog iets anders. Wat we in het algemeen weten over stilte, of stilte noemen, is eigenlijk geen stilte; het is de ervaring die we rond die beweging gecreëerd hebben, dat is het ding dat we weer terug willen hebben. Zo wordt het een nieuw systeem van verlangen.

Inkapseling van het onbekende

In een groep mensen ligt het nog moeilijker, omdat die vrijwel onmiddellijk in beslag genomen wordt door de materialistische invalshoek dat er zojuist iets is gebeurd, en dat het goed en speciaal was. Terwijl er feitelijk niets gebeurd lijkt te zijn en je er daarom helemaal niets over kunt zeggen. Maar wie gaat er zijn leven vanuit helemaal niets leven? We willen allemaal betekenis aan ons leven toeschrijven en dat helemaal niets wordt dus iets, iets dat ik ervaren heb, en dat niet alleen, maar ook iets dat belangrijk is en een diepe betekenis heeft. Die inkapseling van het onbekende in iets dat ik nu ken en ervaar en dat goed is en mij betekenis geeft, dat is weer de hele beweging van het conceptuele. Of we die beweging gewoon zijn gang kunnen laten gaan zonder er ook maar iets mee te doen, en of we daarin en van daaruit kunnen leven zonder er een persoonlijke betekenis of voor mijn part een gemeenschappelijke betekenis aan te ontlenen, dat is een interessante vraag. Tot dusverre zou ik zeggen dat we ertoe neigen er iets van te maken.

Zoals ik het zie leven we al vanuit stilte en zijn we in feite een uitdrukking van die stilte, en zijn we in het uitdrukken ervan ook stil. Dat is de realiteit. Het universum maakt geen geluid. Er is niets om dat geluid te horen. De universele uitdrukking kent geen luisteraar. We hebben dat oor dat naar het universum luistert gecreëerd om over iets te kunnen beschikken dat manifest is. Maar er is helemaal geen universum met een luisteraar, er is gewoon een universum. En dat is volkomen onbeweeglijk en stil en eenvoudig. Zelfs de koelkast die aanslaat en de compressor die afslaat zijn uitdrukkingen of manifestaties, maar wij construeren de luisteraar, het geluid, de gebeurtenis. De koelkast maakt geen geluid, mijn hersens maken het. Daar zit het geluid; de koelkast doet helemaal niks. We leven, kortom, in de waarneming van de concrete werkelijkheid, en in de vorm van het schijnbare.

Ik heb me altijd afgevraagd of mensen eerst de hele fase van spiritueel materialisme moeten doormaken en dan uiteindelijk uitkomen bij wat jij te bieden hebt, of dat het mogelijk is om een kortere weg te gaan. Het gaat niet om het doormaken van een bepaald proces, want wat ik communiceer of begrijp of zie komt niet voort uit een of andere berg van wijsheid die ik in mezelf opgeslagen heb. Zo van: ik heb dit begrepen, en toen heb ik dat begrepen, en dit plus dat staat gelijk aan iets heel groots. Het is meer de uitdrukking van iets dat onder ons aanwezig is. Het is een bewustzijnsbeweging of begripsbeweging die zich in de menselijke situatie verspreid heeft. Ik kan dan één aspect van die uitdrukking zijn, maar jij bent er een ander aspect van, net als mijn kinderen en alle levende wezens. Er is geen kortere weg om daar te komen, want daar is hier. We zijn met z’n allen hier. De uitdrukking die in jouw leven en in mijn leven plaatsvindt is daar een aspect van dat zal blijven verschuiven en veranderen en nieuwe vormen zal voortbrengen. Niemand hoeft ergens naartoe. We moeten veel meer zien waar we zijn. Het gaat om het zien van de concrete werkelijkheid en het stappen uit het conceptuele. Daar begonnen we mee. Er is geen kortere weg daar naartoe omdat je er al bent.

Maar ik heb het gevoel dat je in de aanvangsfase van het leven gebonden bent aan het conceptuele en je daarmee moet leren leven en er je plaats in moet vinden.

In onze cultuur wordt ons aangeleerd dat het conceptuele aspect van het leven de concrete werkelijkheid is. In die zin is het waar dat als je geleerd wordt dat het de werkelijkheid is, je misschien moet leren ontdekken dat het niet de concrete werkelijkheid is, maar een verzameling denkbeelden. Het zou heel makkelijk zijn om anderen te leren dat het denkbeelden zijn, om van begin af aan in te zien dat het denkbeelden zijn. En ik denk dat onze cultuur op een bepaalde manier die kant op aan het gaan is. Met name de hersenwetenschap wijst ons daar steeds meer op, evenals de filosofie en de antropologie. Ze zijn allemaal bezig om aan te tonen dat grote delen van de wereld waarin wij leven bestaat uit denkbeelden die we zelf voortbrengen.

Steven Harrison

Steven Harrison werd bekend als schrijver van het boek ‘Doe niets’, dat verscheen bij Uitgeverij Samsara. Hij is stichter van de liefdadigheidsorganisatie ‘All Together Now International’ en van een alternatief opvoedingsproject, ‘The Living School’ in Boulder, Colorado. Naast ‘Doe niets’ zijn enkele andere boeken van zijn hand ook in het Nederlands vertaald: ‘Zoek geen antwoord’ en ‘Eén zijn in relaties’, en ‘Het gelukkige kind’.

Steven Harrison vindt het concept ‘spiritualiteit’ bedacht. Alsof er een spirituele wereld en een niet-spirituele wereld zou bestaan. Wat is dan die spirituele wereld, vraagt hij zich af. Is het niet-spiritueel als je ’s morgens naar je werk toe gaat? Als je die opgeplakte labels weglaat, wordt alles dan niet spiritueel? Waarom zou je dan nog spirituele oefeningen nodig hebben?

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio