Het onzegbare gezegd

Jan van den Oever

Interview met Jan van den Oever – Door: Ronald Hartsuiker – Verschenen in InZicht nr 2, 2017 – Leestijd is ca. 8 minuten

Jan, het thema van dit nummer van InZicht is ‘jezelf overstijgen’. Dat klinkt alsof er toch nog iets gedaan moet worden. Wat kun je hierover vertellen?

Het woord zelfoverstijging is meer een aanwijzing, een duiding. Een duiding die naar de stilte van de mystieke ervaring, die de uiteindelijke uitkomst is van meditatie, verwijst. Waakzaamheid of verstilling zou je kunnen zeggen en dat is moeilijk over te brengen. Het is eigenlijk het gebied waar geen woorden meer zijn. Het is dat wat in de mystieke ervaring helemaal duidelijk is. Een afwezigheid van de doener, van de zoeker. Er is niets meer wat nog meent dat het ervaren wordt. Het is een heelheid, een eenheid, waar woorden niets meer zeggen. Je zou makkelijker kunnen zeggen wat het niet is. Het is dus niet een te behalen resultaat van de zoeker. Het is niet het resultaat van een spirituele meting, het is niet objectief vast te stellen. Het is echt niet makkelijk om het uit te leggen.

Valt er dan überhaupt iets zinvols over te zeggen?

Het komt maar zelden voor dat iemand echt geïnteresseerd is in verstilling. Dat iemand er toewijding voor heeft, er liefde voor op kan brengen. Daar gaat het om! Verstilling is een van de moeilijkste dingen voor het intellect. Het intellect wil heel veel doen en heel veel zoeken. En als je niet oppast, dan is het intellect heel snel tevreden, of het is op den duur tevreden met bijvoorbeeld woorden of ideeën als: non-dualisme, de getuige, de waakzaamheid zelf, de niet-doener, God, advaita, noem maar op. En juist het gebied waar het intellect volledig verlaten wordt, zelfs de aandacht, dat is het gebied waar het intellect zich nestelt. Er ontstaat dan een soort tevredenheid van ‘ik ben er, hier kan ik mee uit de voeten’. Zelfoverstijging is de verdieping van dat gebied, maar ook dat gebied dient verlaten te worden.

Zowel de kenner als het gekende moeten dus eigenlijk achtergelaten worden?

Ja, dan kom je echt in het gebied waar woorden er niet meer toe doen. Je zou je af kunnen vragen hoe je hier in vredesnaam in geïnteresseerd zou kunnen zijn? Zoekt en gij zult vinden, doch gij zult geen beeltenis maken. Waar hebben wij dat vaker gehoord? Het is een schitterende zin uit de bijbel, waarbij je aangespoord wordt om God te zoeken, maar je mag er geen beeltenis van maken, geen verbeelding of interpretatie van hebben. Nou, voor het intellect is dat niet te doen. Want dat kan alleen maar iets zoeken wanneer het een interpretatie, of een uitkomst van iets, is. Dus zelfs het woord zelfoverstijging zal, als je niet oppast, op den duur door het intellect omarmd worden of bediscussieerd worden. Alle woorden die uitgesproken worden over zelfoverstijging, daar zal het intellect mee aan de slag gaan. Het zal het ermee eens zijn of het afwijzen, bediscussiëren, omarmen of…, noem maar op. Het komt dus niet zo vaak voor dat je een mens tegenkomt die bereid is om alle verbeelding en interpretatie achter te laten in meditatie.

“Zoekt en gij zult vinden, doch gij zult geen beeltenis maken.”

Kun je iets meer vertellen over de manier van mediteren?

Het is de soort van meditatie die dan eigenlijk raakt aan het hele doen en laten in het dagelijks leven. Het wordt eerst beoefend als een techniek om stil te zijn, waakzaam te zijn en aandacht voor de getuige te hebben, voor dat waar alles in verschijnt. Als dit als techniek beoefend wordt, dan kan er een zeker vertrouwen ontstaan. Een zeker vertrouwen dat het om eigen-wijsheid gaat, dat er een diep kennen is, een kennendheid. Als dat vertrouwen er is, samen met de toewijding, dan zie je dat het de hele dag zo is. Dat de hele dag die getuigenis er is. Het gevaar bestaat dat er in die fase van de meditatietechniek, ja meditatie is een techniek, een soort tevredenheid ontstaat. Alsof je eindelijk weet hoe het zit. En dan moet je durven zien dat die tevredenheid niet meer dan een spirituele houding van de doener is.

Hoe bedoel je dat?

Als je denkt dat je weet hoe het zit, als je daarmee tevreden bent, dan zit daar nog een persoonlijkheid in. Er bestaat dan het idee dat de persoon zou kunnen samenvloeien met het geziene, maar er is geen samenvloeien met het geziene! Uiteindelijk valt alle onderscheid weg. Daarom kun je de hulp nodig hebben van iemand die die weg is gegaan. En ik moet je eerlijk zeggen, dat is een marginale hulp. Je kunt iemand adviseren en stimuleren en enthousiasmeren, maar eigenlijk is het een weg van een individu die dat oppikt en zelf die innerlijke weg gaat. Je kunt als richtingwijzer voor de zoeker niet meer zijn dan het zijn zelf. Je kunt de zoeker niet de mystieke ervaring aanbieden. Dat blijft het domein van het individu. En die mystieke ervaring, die kom je in iedere religie tegen. Dat is de essentie van religie. Totale verstilling. De mystieke ervaring is een weg waarbij alles achtergelaten wordt wat duidt op een beeld. Jacob Boehme noemde dat de Ongrond. Toen men aan hem vroeg: “Maar wat is het, wat is die mystieke ervaring?”, toen zei Jacob Boehme: “Mijn wezen, ik ben Ongrond” en dat is helemaal waar. Het is dat wat geen bodem meer heeft en toch is.

Waarom zijn er toch maar zo weinig mensen die hun hart hiervoor open kunnen of willen stellen?

Juist in onze tijd waarin er zoveel hectiek is en een bombardement van informatie, waar verstilling totaal zoek is en de mens niet meer mag dromen, juist in deze tijd is het eigenlijk onontbeerlijk nodig dat de mens hier aandacht aan gaat besteden. Je zou kunnen denken dat deze tijd juist heel ontvankelijk zou moeten zijn voor deze boodschap. Ja, dat is zo, maar aan de andere kant is er ook een grote belemmering. De maatschappij zelf bombardeert ons de hele dag met informatie en verwijst steeds naar het gebied van de mening. Het lijkt alsof we een leven leiden dat niet verder komt dan interpretatie, dan meningen. Je moet overal een mening over hebben. Het is van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat dat er een bombardement van informatie en meningen plaatsvindt. En het individu wordt opgehemeld, maar het wordt opgehemeld op een manier die alleen maar gevangenschap in zich houdt. Want het individu wordt opgehemeld met concepten als: je hebt een vrije keuze, je kunt alles bereiken, het is maakbaar, je hebt het in je eigen hand, je kunt gelukkig worden als je maar de juiste dingen kiest. En deze concepten leggen een ongelooflijke druk op de doener, of beter gezegd het concept doener, waar de wereld mee vervuld is. De doener is zogenaamd de bezitter van de mening, de bezitter van het geluk, de bezitter van de keuzemogelijkheden. Nou, ga dan maar eens proberen om die mens verliefd te maken op verstilling. Je zou zeggen: dat is een onmogelijke klus. Nou, dat geef ik toe. Als je daar twee tellen bij stilstaat, dan val je stil. Dan komt er geen woord meer uit. Waar zou je moeten beginnen?

En toch praat jij al vele jaren over die liefde voor verstilling. Heeft dat dan wel zin?

Er zijn genoeg mensen geweest, en nog steeds, die er geen woord over uit kunnen brengen. En anderen, en daar reken ik mezelf ook toe, kunnen er niet over zwijgen. Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over. Dus dan doe je je stinkende best in de overdracht, wetende dat je het enthousiasme kunt overbrengen, de liefdevolle aandacht kunt overbrengen, maar alleen in het gebied waar de totale verstilling en de mystieke ervaring nog niet hebben plaatsgehad. Want dan is er geen behoefte meer aan uitleg. Geen enkele. En je probeert met de overdracht het pad schoon te houden van meningen en ieder woord dat je gebruikt te laten zijn als verwijzing, verwijzing naar stilte, via meditatie verwijzing naar stilte. En uiteindelijk is er geen mooier onderwerp dan dit. Het is absoluut het mooiste onderwerp waar je over kunt spreken. Het is de schoonheid zelf. Daar kan geen Rembrandt of Picasso of Michelangelo tegen op. Pure schoonheid. En het stelt in zijn duiding zelf niets voor, want het is tenslotte een verwijzing. Dus je kunt niet prat gaan op je woorden, je kunt, je hoeft het niet te verdedigen. Er is geen bezitter.

Jan van den Oever

Jan van den Oever (Katwijk aan Zee, 1949) woont in Leiden en is gehuwd en vader van twee zonen. Als kind van de zee, het strand en de duinen werd hij in zijn jeugd gegrepen door de mystieke ervaring. Volwassen geworden bleef hij verlangen naar die momenten van eenheid. Na jaren van zoeken en meditatie werd in de eenvoud van het bestaan zijn wezen gerealiseerd. Onafgebroken heeft hij in de afgelopen jaren hierover gesproken. Kijk voor informatie www.janvandenoever.com

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio