Geen boeddha, geen god, geen zelf

Ama Samy

Ama Samy – Verschenen in InZicht nr 1, 2003 – Leestijd is ca. 7 minuten

Alle ideeën en voorstellingen over onszelf of over een laatste werkelijkheid zijn illusies. Wie dit eenmaal heeft ingezien, treedt binnen in de donkere grondeloosheid van niet meer weten. Maar als men die duisternis ingaat en zich overgeeft aan het mysterie, wordt de duisternis zelf licht en genade.

Er is een bekende zenspreuk die zegt: ‘Voor de verlichting zijn bergen bergen, bomen zijn bomen.’ Jij bent jij, ik ben ik, God is in de hemel, mensen zijn op aarde. Mensen, God, boeddhanatuur, zelf, ego, alle zijn het afzonderlijke substantiële werkelijkheden die tegenover elkaar staan en hun aparte identiteit en domein hebben. Iemands identiteit staat tegenover die van een ander. Dit is het stadium van ‘begeerte, haat en illusie’. In het eerste stadium van de verlichting, waarin ‘bergen geen bergen, bomen geen bomen zijn’, voltrekt zich het zo geheten ‘terugtrekken van projecties’. Een mens realiseert zich, dat al zijn of haar ideeën, concepten, beelden van de laatste werkelijkheid, God, het zelf, de boeddhanatuur en hun onderscheidingen en aparte posities inderdaad niet meer zijn dan dat: objectiveringen en voorstellingen van datgene, wat elke voorstelling en objectivering te boven gaat. Met die realisering stort onze ‘wereld’ in elkaar, en daarmee verdwijnt ook ons gevoel van veiligheid, gebaseerd op zulke ‘objecten’. De werkelijkheid is niet ‘daarginds’, de boeddhanatuur is niet een ding. Je kunt geen van deze laatste werkelijkheden bewijzen. Je kunt ze niet zien of aanraken. Ze zijn geen objecten tussen andere objecten in de wereld. Aan deze concepten beantwoordt geen ‘harde werkelijkheid’. Ze blijken fantomen en luchtspiegelingen. ‘De omgeving wordt weggenomen. De mens blijft over’, zo heet het in de Eerste Werkwijze van Rinzai. Er zijn geen objecten daarginds! Geen God, geen Boeddha, geen ding. De grond wordt onder onze voeten weggeslagen. Er is geen ding, er is niets! Dit is het stadium van het ‘Als je de Boeddha ontmoet, dood hem’, ‘Als je God ontmoet, dood hem’. Laat alle objectiveringen van de laatste werkelijkheid varen. Sta op eigen benen, wees zelfstandig. ‘Ik alleen ben de Heilige.’

Het is een noodzakelijke en belangrijke fase van het ontwaken. Je verwerpt alle onderdrukkende afgoden – het waren je eigen illusoire nachtmerries. Maar hier ligt ook het gevaar van zelfvergroting op de loer: ‘Ik ben God.’ ‘Ik ben Boeddha.’ ‘Ik ben de maat van alle dingen.’

In het volgende stadium ontwaak je tot de realisering, dat er ook in jezelf geen grond is. Iemands besef van wat of wie hij of zij is, was tot dan toe gebaseerd op de relatie tot de wereld en de anderen, zelfs ook in het besef van de afwezigheid van de ander. Nu realiseert een mens zich, dat het gevoel van het veilige ik alleen maar een droom was, een spookbeeld, een illusie; dat ‘ik’ is slechts een tegenstrijdig, discontinu, eindeloos verschijnen en verdwijnen van sensaties, ideeën, beelden en emoties. Uiterste grondeloosheid. Niets om je aan vast te klampen. ‘Mens en omgeving worden weggenomen,’ om het te zeggen met de woorden van Rinzai’s Derde Werkwijze.Een mens kan wanhopig proberen een greep op de dingen te krijgen, maar de enige veiligheid en zekerheid is: het opgeven van de behoefte, een greep te willen hebben op de dingen en zekerheden te zoeken. Een mens moet leren los te laten en zich over te geven. Geen manipulaties, geen presteren en geen beheersen, geen gehechtheden en geen vlucht: alleen niet-doen, laten zijn.

Niet-weten, mysterie en het zo-zijn

Dan gaat een mens de ‘donkere nacht’ in. Het is het begin van de realisering dat men werkelijk niet weet wat de laatste werkelijkheid is, wat boeddhanatuur, of het zelf, of God, of de wereld in laatste instantie is. Om het te zeggen met de woorden waarmee Jules Monchanin God benadert: ‘God is anders dan al het andere en een mens die hem wil schouwen zoals hij is in zichzelf moet niet alleen het niveau van de beelden transcenderen, maar ook dat van de begrippen – onze laatste en gevaarlijkste afgoden.’ In de apofatische traditie van het christendom is God ‘niet te definiëren, niet te benoemen, niet te kennen, niet te bevestigen, niet te ontkennen, vrij van alles en aan alles transcendent.’

Niet alleen God, boeddhanatuur of nirwana, maar ook het zelf is onkenbaar en niet in woorden te vatten. Het zelf is ‘leeg’. Keizer Wu van Liang vroeg aan Bodhidharma: ‘Wie ben jij?’ Bodhidharma antwoordde: ‘Ik weet het niet’. Boeddha’s en patriarchen weten het niet, de zon en de maan beschijnen het niet. Niet alleen het zelf, maar alles en iedereen is uiteindelijk ‘Ik weet het niet’, duisternis en mysterie. Dat is de realisering van de uiterste grondeloosheid, de leegte van het zelf en de leegte van alle dharma’s of dingen. ‘Vanaf het begin is er helemaal niets.’ Dit is geen louter intellectueel inzicht, geen loutere onwetendheid. Eerst wordt het ervaren als een negatieve, angstaanjagende leegte, maar als een mens die duisternis ingaat en zich aan het mysterie overgeeft, wordt de duisternis zelf licht en genade. Een mysterie dat liefdevol is dat is het hart van de werkelijkheid, je eigen hart en je diepste zelf. Uit die leegte komen de tienduizend dharma’s voort. Het zelf wordt onvoorwaardelijk bevestigd; het is; laat het zijn. Zo is alles en iedereen. Van Hogen wordt verteld, dat hij, toen hij bij zijn poging om de laatste werkelijkheid te begrijpen volkomen was vastgelopen, tegen zijn meester zei: ‘Meester, ik ben nu in een toestand waarin de taal tot zwijgen is gebracht en het denken geen richting meer weet.’ De meester merkte op: ‘Als je dan nog steeds zo nodig iets over de laatste werkelijkheid moet vertellen, kijk dan hoe die open en bloot aanwezig is in iedereen en elke gebeurtenis!’ Alles en iedereen stelt zichzelf aanwezig. Het zo-zijn van de werkelijkheid, de ‘isheid’ van alles en iedereen, is het zich aanwezig stellen van de Leegte.

‘Vorm is Leegte, Leegte is Vorm.’

De Leegte verwijst naar veel dimensies, vooral naar de zelf-ontlediging, het laten gaan, sterven, de duisternis binnengaan en niet weten; naar het zo-zijn en de is-heid van de schepselen. Ze mag niet worden geïdentificeerd met een toestand of staat of met iets bepaalds; ze is geen ding, noch de toestand van het niet-denken, noch de toestand van eenheid tegenover de veelheid, noch een toestand van spontaniteit, noch welk standpunt dan ook. Leegte gaat alle taal en woorden te boven, en is tegelijkertijd helemaal taal en woorden. ‘Wat betreft datgene, wat aan het woord voorafgaat, is er niet een enkele zin overgeleverd, zelfs niet door de duizend heiligen’ (Engo Zenji). Ze is een en veel, dualiteit en niet-dualiteit, denken en niet-denken, spontaniteit en dwang. Ze is de ontkenning van alles en de herrijzenis van alles. ‘De wereld is niet de wereld, daarom is de wereld de wereld.’ In de Leegte is er geen zelf en geen wereld, en tegelijkertijd is de Leegte de tienduizend dingen. ‘Vorm is Leegte, Leegte is Vorm.’ Het is niet een kwestie van onafhankelijk zichzelf zijn en dan ‘de Leegte kennen’. Het betekent je hele zelf verliezen en jezelf vinden.

De tekst is afkomstig uit ‘Waarom kwam Bodhidharma naar het Westen?’ De ontmoeting van zen met het Westen. Uitgeverij Asoka

Ama Samy

Geboren in Birma (1936) kwam Ama Samy zowel in contact met het christendom als met de oosterse tradities. Hij werd pater jezuïet, met grote belangstelling voor Advaita en (later) voor
het zenboeddhisme. In zen werd hij ingewijd door Enomiya Lassalle. Net als hij kreeg hij leerbevoegdheid van de Japanse zenmeester Yamada Ko-un Roshi.

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio