Dood: Het Einde van Zelfverbetering

Joan Tollifson

Joan Tollifson, Verschenen in InZicht nr 4, 2018 – Leestijd is ca. 11 minuten

Er is een oud zenverhaal over een zenmeester die met zijn leerling op condoleancebezoek gaat. De kist met het lichaam van de zojuist gestorvene staat in het midden van de kamer. De leerling klopt op de kist en wil weten: “Dood of levend?” De meester antwoordt: “Ik zou niet zeggen levend; ik zou niet zeggen dood.” Dat wordt de leerlings koan: “Dood of levend, ik kan het niet zeggen.”

Al meer dan een decennium werk ik aan een boek over ouder worden en sterven, dat Dood, Het Einde van Zelfverbetering heet. Daarnaast gaat het over onze fantasieën over genezing, ons onderzoek naar zelfverbetering en ons verlangen om het alledaagse leven te transcenderen. Het gaat over mijn eigen afdalen vanuit een transcenderende spiritualiteit naar de vrijheid en opluchting van grondloosheid, onzekerheid en het volledig omarmen van de onoplosbare, ongrijpbare en verwarrende aard van de realiteit. Het gaat niet alleen over de persoonlijke dood die ieder van ons te wachten staat, maar ook de massale vernietiging van de hele species die momenteel gaande is, en de mogelijkheid tot een nog grotere catastrofale vernietiging door klimaatverandering en/of een nucleaire holocaust. Zelfs zonder ons menselijk toedoen zal op een goede dag de zon exploderen. De dood is een onvermijdelijk aspect van de realiteit, tezamen met tijdelijkheid, pijn, lijden en het feit dat onze levens fundamenteel onvoorspelbaar en oncontroleerbaar zijn.

Dat klinkt allemaal behoorlijk afschrikwekkend, maar als we ons echt openen voor de realiteit ervan – en niet onze gedachtes erover – dan lossen de angst en afschuw paradoxaal genoeg op in een groot gevoel van vrijheid en opluchting, althans, dat is telkens opnieuw mijn ervaring geweest.

Angst

Angst voor de dood komt in twee variëteiten. De ene is een instinctieve angst die ervoor zorgt dat we wegspringen voor een hard op ons toe rijdende auto of wegrennen als een vuur naar ons toe komt. Deze angst delen we met andere dieren en is van vitaal belang voor ons overleven als een levend organisme. Hij is onmiddellijk en visceraal. De andere soort angst is psychologisch, gebaseerd op denken, en voor zover we weten zijn mensen de enigen die aan dit soort angst lijden. Wij hebben het vermogen om ons allerlei dingen voor te stellen die ons in de toekomst kunnen overkomen. Dit vermogen om ons verschillende omstandigheden voor te stellen en ons daarop voor te bereiden heeft ons tot de top van de voedselketen en tot de maan gebracht en het is nuttig op veel terreinen in het leven, maar het bezorgt ons ook behoorlijk veel lijden. Zoals het beroemde grapje van Mark Twain: “Ik heb een aantal verschrikkelijke dingen doorgemaakt in mijn leven, en sommige zijn ook echt gebeurd.” Voor veel mensen is de basis van psychologische angst de angst voor de dood. Het is niet verwonderlijk dat we daarom vele geruststellende fantasieën over het hiernamaals hebben waar ‘ik’ doorga met bestaan.

Voor zover ik weet, weet niemand zeker wat er na de dood gebeurt omdat niemand werkelijk is teruggekomen om er verslag van uit te brengen. Ja, bijna-doodervaringen zijn echte ervaringen, maar ze zijn nabij de dood en niet de dood zelf. Mensen claimen misschien dat ze technisch ‘dood’ waren terwijl ze hun ervaringen hadden, maar dat gebeurde terwijl ze of hun bewustzijn aan het verliezen of aan het terugwinnen waren, als een soort droom. Dus deze verslagen neem ik niet als betrouwbaar bewijs dat we door een lange tunnel heen gaan, in wit licht oplossen, Jezus ontmoeten, de hemel invliegen om ons met onze lang overleden geliefden te verenigen, of dat we in een nieuw lichaam reïncarneren. Misschien zal ik nog verbaasd staan, maar ik vermoed dat het sprookjes zijn.

Vergankelijkheid

Dat betekent niet dat ik denk dat er helemaal niets de dood overleeft. Al onze menselijke mythologieën, visioenen, dromen, religieus geloof en populaire ideeën over het hiernamaals of reïncarnatie bevatten zeker een graantje waarheid. Het lijkt me duidelijk dat wat deze eindeloze heelheid ook is, ze niet begint of eindigt. In feite sterft elke vorm (zoals lichaam en geest) van moment tot moment – en is niets dan voortdurende verandering, afhankelijk en onafscheidbaar van zijn omgeving. Zoals de grote boeddhistische wijze Nagarjuna aanduidde: het ware begrip van vergankelijkheid is dat er geen vergankelijkheid is, omdat dat wat geen ding is zich ook niet vormt of bestendigt als vergankelijk. De zenleraar Steve Hagen legt dat zo uit: “Wat Nagarjuna bedoelt is dat geloven dat de dingen vergankelijk zijn in zichzelf een tegenstelling is. Eerst veronderstellen we dat er afgescheiden en bestendige dingen bestaan (eigenlijk absolute objecten), en dan refereren we eraan als dat ze vergankelijk zijn (wat relatief is). Wat we niet inzien is dat we nog steeds vasthouden aan het idee dat er iets substantieels is. We beseffen de fundamentele aard van verandering, de fundamentele aard van zelfloosheid niet. Nagarjuna maakt het overduidelijk dat vergankelijkheid (het relatieve) totaal, compleet, fundamenteel, Absoluut is. Het universum is niet gemaakt van ontelbare objecten die voortdurend in beweging zijn. Er is uitsluitend beweging. Niets drijft mee (of kan meedrijven) op die beweging, zoals bijvoorbeeld een kurk op water; er verrijst of vergaat niets. Er is alleen stroom.”

Als iets sterft in de natuur valt het uit elkaar en wordt door de aarde opgenomen of opgegeten door andere wezens – alles wordt gerecycled – en op die manier gaat alles door. Als een golf wegzakt is de oceaan er nog steeds – de golf was nooit iets anders dan de altijd veranderende activiteit van de oceaan – het had geen afgescheiden bestaan en geen solide bestendige vorm. Waarschijnlijk is bewustzijn net zo naadloos afhankelijk van alles en intersubjectief, en overleeft het ook in de zin van dat het uit elkaar valt en weer opgenomen wordt in het grotere geheel, dat het in feite nooit verlaten had, net zoals een uit elkaar spattende luchtbel waar het binnenste opgaat in de omgeving, die eigenlijk nooit echt van elkaar gescheiden waren. Geboorte en dood, zoals geest en materie, zijn conceptuele scheidslijnen op een kaart en verdelen kunstmatig wat eigenlijk een naadloos geheel is. Waar iets begint of eindigt kunnen we niet vinden. Je zorgen maken over de dood is als je zorgen maken over wat er gebeurt als je vanaf het randje van een platte aarde valt. Het is een fantasieprobleem, gebaseerd op een onjuiste kaart.

“Er verrijst of vergaat niets; er is alleen stroom.”

Conceptueel

Sommige mensen zeggen dat de grond van ‘zijn’ onpersoonlijk bewustzijn is, de onveranderlijke achtergrond waarop de veranderlijke inhoud verschijnt, het projectiescherm achter de film. Veel leraren beweren dat bewustzijn de dood overleeft. Waarschijnlijk heb ik dat zelf ook gezegd, maar ik neem afstand van die formulering. Dat lijkt me nu een dualistische materialisering die van bewustzijn een solide, onveranderlijk, afgescheiden ‘ding’ maakt. De verdeling tussen object en subject, waarnemer en het waargenomene, bewustzijn en inhoud is, voor zover ik kan zeggen, puur conceptueel. Als we goed kijken, kunnen we in de realiteit geen grens ontdekken.

Zelf heb ik geen ervaring van bewustzijn zonder inhoud en ik heb geen ervaring van aanwezig zijn tijdens de diepe slaap of onder narcose, alhoewel ik veronderstel dat bewustzijn er dan nog steeds is. We worden immers wakker uit de diepe slaap als de wekker gaat of als we rook ruiken, en sommige mensen doen verslag van bewuste ervaringen tijdens een operatie. Maar feitelijk sterven de hersenen na de dood. Ze stoppen met functioneren. Terwijl het de vraag is, of misschien onkenbaar, of de hersenen bewustzijn produceren of alleen een rol spelen in het overbrengen of manifesteren, lijkt het onbetwistbaar dat de hersenen en het zenuwstelsel er op een bepaalde manier bij betrokken zijn. Dode lichamen lijken niet zo bewust en gewaar zoals levende lichamen dat zijn.

“Als we goed kijken, kunnen we in de realiteit geen grens ontdekken.”

Natuurlijk: hoe nauwkeuriger we elk ogenschijnlijk ‘ding’ bekijken, inclusief de hersenen en het zenuwstelsel, hoe meer ze in een ongrijpbare onmetelijkheid schijnen op te lossen. Zijn ze droomachtige afbeeldingen in bewustzijn of zijn ze werkelijk hier als materiële realiteiten die op de een of andere manier bewustzijn produceren? Zullen we het ooit weten? Kunnen dit niet twee manieren zijn om een en dezelfde onoplosbare en ongrijpbare gebeurtenis te zien of beschrijven? De eindeloze discussies of er eerst geest is of eerst materie zijn mogelijk allemaal gebaseerd op een denkbeeldige verdeling en dualistische denkpatronen.

Dood of levend?

Er is een oud zenverhaal over een zenmeester die met zijn leerling op condoleance bezoek gaat. De kist met het lichaam van de zojuist gestorvene staat in het midden van de kamer. De leerling klopt op de kist en wil weten: “Dood of levend?” De meester antwoordt: “Ik zou niet zeggen levend; ik zou niet zeggen dood.” Dat wordt de leerlings koan: “Dood of levend, ik kan het niet zeggen.” Elke keer weer als we ons aan één kant van het schijnbare dualisme of polariteit bevinden fixeren we ons op de halve waarheid. De levende realiteit is volslagen ongrijpbaar en we kunnen niets oppakken zonder dat het hele universum mee komt.

De laatste tijd merk ik dat ik niet weet (en niet hoef te weten) wat de grond van zijn is en of er wel een grond van zijn is, of dat er alleen grondloosheid is, zoals het citaat van Steve Hagen hierboven suggereert. Mogelijk zijn grond en grondloosheid uiteindelijk twee woorden voor dezelfde gebeurtenis.

Ik heb geen psychologische angst voor de dood, niet omdat ik verwacht dat ‘Joan’ zal overleven. Dat doe ik niet. Ook verwacht ik niet dat mijn film van het wakkere leven, mijn herinneringen, mijn gedachten, mijn ervaringen of mijn gezichtspunt zullen overleven. Dat waren toch al nooit solide of bestendige dingen! Mijn eigen veronderstelling is dat de dood qua ervaring zo ongeveer zal zijn als onder narcose gaan of in een diepe slaap vallen. Het bewuste ervaren zal wegslippen en als het weg is, zal ik er niet meer zijn om het te missen of me zorgen te maken over het feit dat ik dood ben.

Onze hele film van het wakkere leven verdwijnt elke nacht volledig – evenals de schimmige toeschouwer. Er is niemand meer om de show te missen. Zelfs de eerste kale perceptie van bewustzijn is afwezig. We vinden dit verfrissend en verjongend, niet beangstigend. Maar als we denken aan de dood, verbeelden we ons dat we levend begraven zijn en niet meer in staat om de tv aan te zetten om uit te vinden wat er vervolgens gebeurt in ‘Het Verhaal van Mij’ en ‘Het Verhaal van de Wereld’. Deze angst is hetzelfde als bang zijn om van het randje van de platte aarde af te vallen. Hij is gebaseerd op een misvatting.

“Ik, Joan, zal er niet meer zijn om mijzelf of mijn leven te missen.”

Voor zover ik kan zien, zullen dit lichaam en dit bewustzijn (geen twee) niet meer hier zijn in een vorm die herkenbaar is als Joan, maar materie/bewustzijn/energie/intelligentie (wat dat ook mogen zijn) zullen voortduren in andere vormen. Dit lichaam en bewustzijn zijn nooit gescheiden geweest van de rest van het universum en na de dood zullen ze uit elkaar terugvallen in het universum waarvan ze nooit gescheiden waren, net als de golf die terugzakt in de oceaan en niet langer bestaat als die golf. Dit lichaam is al uit elkaar aan het vallen terwijl ik ouder word, evenals mijn herinnering en cognitieve vaardigheden, en na mijn dood zal dit zich verhaasten door het crematievuur waar ik al voor betaald heb. Mijn as zal in de oceaan worden uitgestrooid en de laatste sporen van deze vorm zullen oplossen. En ik, Joan, zal er niet meer zijn om mijzelf of mijn leven te missen. Ouder worden Deze onverdeelde gebeurtenis die we energie, materie, intelligentie, bewustzijn, de Tao, God, de vibrerende dans van het bestaan, het universum, of simpel hier/nu noemen, is naar ik vermoed oneindig – ongeboren en oneindig. Woorden kunnen het niet bevatten. Het gevaar van woorden is dat ze lijken te materialiseren en grenzen te trekken, en zo (in de verbeelding) schijnbaar solide, afgescheiden, bestendige, objectieve en onafhankelijke dingen creëren die de geest kan begrijpen. Dat heeft een functionele waarde, maar het brengt ons ook een hoop onnodige verwarring en lijden. Eindeloos hebben we de misvatting dat de landkaart het gebied is zonder ons te realiseren dat we dat doen, en de manieren waarop we het doen worden steeds subtieler. Want de vraag of ik de dood zal overleven komt alleen op in een denkwereld van landkaarten, vanuit de landkaart van een platte aarde, een kaart die allerlei dingen veronderstelt over ‘ik’ en ‘dood’, tijd en toekomst, die allemaal zeer de vraag zijn.

Alhoewel ik niet bang ben voor de dood zelf, ben ik soms wel bang voor wat er voor de dood komt – mogelijk pijn en lijden. Maar ik merk dat ik alleen bang ben als ik eraan denk. We maken onszelf bang met onze voorstellingen over wat er zou kunnen gebeuren – maar zelfs als de dingen waar we bang voor zijn gebeuren, gebeuren ze nooit op de manier waarop we het ons voorstelden.

Ouder worden is niet altijd mooi of makkelijk. We proberen hard om voor altijd jong te zijn, maar de dood wint het uiteindelijk altijd. Sommige mensen streven ernaar om voor altijd te leven – maar als we allemaal voor altijd zouden leven, zouden we een serieus overbevolkingsprobleem hebben, afgezien van het feit dat de schoonheid van een bloem of persoon precies haar broosheid en vergankelijkheid is. Als we stoppen met wegrennen voor veroudering, doodgaan en imperfectie, zouden we misschien ontdekken dat waar we voor wegrennen niet is wat we denken. We ontdekken misschien dat de heilige realiteit die we elders zochten precies hier is, niet in een transcendent bewustzijn voorbij alles, maar letterlijk hier in het geluid van het verkeer, de smaak van thee, de geur van poep en de prachtige rimpels in een oud vel.

Vertaling Karin Visser

Joan Tollifson

Joan Tollifson is de auteur van Nothing to Grasp, Painting the Sidewalk with Water, Awake in the Heartland en Bare-Bones Meditation, waarvan er twee vertaald zijn bij uitgeverij Samsara: Niets om je aan vast te houden en Ontwaken in het alledaagse. Haar volgende boek Death: The End of Self-Improvement is in de maak. Joan woont in Oregon, VS. Meer info: www.joantollifson.com

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio