Alles is Bewustzijn

Wayne Liquorman

Wayne Liquorman, interview door Ronald Valk – Verschenen in InZicht nr 3, 2003 – Leestijd is ca. 9 minuten

In dit gesprek wordt ingegaan op vragen over de aard van de werkelijkheid, over verantwoordelijkheid, over de diepere betekenis van acceptatie en over de relatie tussen guru en zoeker.

Kunt u in het kort de essentie geven van de leer zoals u ze onderricht?

De fundamentele elementen van de Advaita-leer werden mij doorgegeven door mijn guru, Ramesh Balsekar, die zelf discipel was van Nisargadatta Maharaj. De essentie van die leer is dat alles bewustzijn is, dat alles een aspect is van die ene enkelvoudigheid. Dat is, in een notendop, de basis van de leer.

De manier waarop deze leer tot uitdrukking komt via Nisargadatta Maharaj, Ramesh en mijzelf, is een weerspiegeling van de kwaliteiten en eigenschappen van ieder van ons. Maharaj was heel erg deel van de hindoe-traditie. Zijn cultuur en zijn opvoeding waren nauw verbonden met de structuur van het hindoeïsme. Daarom putte hij, bij de uitdrukking die hij aan de leer gaf, uit de hindoecultuur en -geschriften. Ramesh had een mengeling in zich van Oost en West. In tegenstelling tot Maharaj had hij een goede opleiding genoten in het Westen. Hij was zeer belezen. Hij had veel belangstelling voor de wetenschap. Daarom putte hij niet alleen uit de traditionele kennis van de hindoecultuur, maar ook uit zijn kennis en zijn ervaring uit het Westen. Mijn achtergrond is weer een heel andere. Ik heb mijn opvoeding uitsluitend in het Westen genoten, zonder enige achtergrond van de Indiase cultuur. Ik was duidelijk een man van de wereld, een zakenman. In die tijd was ik ook alcoholist en drugsverslaafde. Die werelden hielpen mij vormen. Toen ik geen drugsverslaafde en alcoholist meer was, kwam er uiteraard een hoop tijd en energie vrij. Ik ontmoette Ramesh en de leer. Het inzicht dat uiteindelijk [Wayne Liquorman is een bekende leerling van de advaita-leraar Ramesh Balsekar die hij, na een leven als alcoholist en drugsverslaafde, ontmoette in 1987. Na een definitieve doorbraak in 1989, werd hij zelf leraar. Hij houdt bijeenkomsten op verzoek (tot nu toe in Amerika en Europa) en schreef de boeken No Way (onder de schrijversnaam Ram Tzu) en Acceptance of What Is.] Interview met Wayne Liquorman door Ronald V alk In dit gesprek wordt ingegaan op vragen over de aard van de werkelijkheid, over verantwoordelijkheid, over de diepere betekenis van acceptatie en over de relatie tussen guru en zoeker. Alles is Bewustzijn nr. 3 2003 25 via mij tot bloei kwam, werd tot uitdrukking gebracht via het filter van mijn leven, mijn levensomstandigheden. Maar de basis van de leer is in wezen bij alle drie dezelfde: alles wat er is, is bewustzijn. Alles wat er is in de gemanifesteerde wereld, is een weerspiegeling of beter gezegd: een uitdrukking van dat bewustzijn. Iedere schijn van afgescheidenheid is precies dat: schijn. In werkelijkheid is er niets dat afgescheiden is: alles is één.

Wat is naar jouw inschatting de functie van de guru voor de zoeker?

De relatie van guru en discipel is voor mij iets heel boeiends. Ik maak onderscheid tussen een guru en een leraar. Vele mensen komen opdagen als zij horen dat er een leraar in de stad is, en als ze naar hem geluisterd hebben, roept dit een reactie bij hen op: ze zijn het ermee eens of niet, ze worden erdoor beïnvloed of niet… Dat is één bepaald soort relatie. Maar als de bezoeker van de bijeenkomst veel geluk heeft, kan hij iets ervaren van wat ik resonantie noem. Deze resonantie is een vibratie, een verbinding tussen de discipel en de wijze. In die resonantie, in die verbinding, is er bij de discipel een ervaring van iets diepgaands, iets dat betekenisvol is, dat grote reikwijdte heeft, omdat het te maken heeft met het oneindige. De kleur van deze ervaring, de details ervan, hoe het voelt, hoe het eruit ziet, is iets dat heel sterk afhangt van de geaardheid van de discipel. Daarom krijg je heel verschillende verhalen over de relatie die de discipel met de guru heeft, en over de ervaringen die zij hebben in de aanwezigheid van de wijze. Maar volgens mijn model komt vanuit deze resonantie tussen de discipel en de wijze, de Guru met hoofdletter G, het oneindige, binnen het bereik van de ervaringswereld van de discipel. En dat feit, die gebeurtenis, is de kwaliteit die bepaalt of er sprake is van een relatie tussen guru en discipel. Het is uniek in de menselijke ervaringswereld, en zodra je dit meemaakt, weet je dat het een van de meest wonderbaarlijke ervaringen is.

Hoe zit het dan met geschriften, daarbij inbegrepen moderne spirituele boeken? Voor mij was bijvoorbeeld het boek ‘Who Cares’ een enorme onthulling. Het was een bliksemschicht; een allesverwoestend inzicht kwam door. Hoe is dat gerelateerd aan wat we net bespraken over de resonantie en de guru?

Het hoeft niet zo te zijn dat de resonantie plaatsvindt met de belichaamde vorm van een guru. In het spreken hierover is het lastig om onderscheid te maken tussen de guru, waarmee ik bedoel het object, en de Guru (met hoofdletter) die synoniem is met het bewustzijn, met het geheel, met God. De guru (met de kleine g) is een object. Het kan een levend wezen zijn of niet. Voor de wijze Ramana Maharshi was de guru een berg. De resonantie treedt op tussen twee objecten: het discipel-object en het zogeheten guru-object. Als er de resonantie is tussen deze twee objecten, wordt de Guru (met hoofdletter) manifest gemaakt voor de discipel. De guru (met kleine g) kan elk object zijn, inbegrepen een boek, een foto, een boom, de zonsondergang, en wat al niet meer. Dat kan allemaal het object zijn in zo’n relatie. Wat je beschrijft als de bliksemschicht is de Guru (met hoofdletter) die vanuit de resonantie naar voren komt. Zo zou ik de ervaring die jij beschrijft karakteriseren.

Het idee dat alles bewustzijn is en dat elk proces enkel en alleen de wil van God is, lijkt mij op de een of andere manier onverenigbaar met het idee van verantwoordelijkheid. Ik voel daar een essentiële moeilijkheid die tot onverantwoordelijk gedrag kan leiden. Kunt u daar iets over zeggen?

De leer verwijst naar de onderliggende aard van de dingen, naar het feit dat alles door bewustzijn wordt veroorzaakt. Handelingen worden weliswaar door het bewustzijn veroorzaakt, maar ze worden uitgevoerd door mensen. Het zijn ook mensen die je confronteren met de gevolgen van je handelingen, en het is de aard van de wereld, het is de aard van wat is, dat handelingen gevolgen kunnen hebben. De verkeerde interpretatie van de leer, namelijk dat iemand zegt: “Goed, als ik niet degene ben die handelt, dan doe ik niets” is logisch gezien belachelijk. Als jij niet degene bent die handelt, kun jij ook niet niets doen. Je kunt helemaal niets tot stand brengen. Als je in de eerste zin zegt: “Ik ben niet degene die handelt, ik ben niet de oorzaak van mijn handelen”, kun je niet in de volgende zin zeggen: “Ik ga er de oorzaak van zijn dat ik niets meer doe.” De eerste bewering ontkent de tweede. Dus uit het werkelijke inzicht dat ik niet de oorzaak van mijn handelingen ben, volgt dat elke reactie die er is, eveneens door bewustzijn wordt veroorzaakt. Zelfs de reactie: “Ik doe niets” wordt veroorzaakt door bewustzijn. Dat is het diepere inzicht. En het feit dat een organisme op deze manier handelt is deel van het lot van dat organisme. Dat deze persoon de leer zou horen en in het begin zou reageren met een misverstand, met een verminderd verantwoordelijkheidsgevoel tot gevolg, is allemaal deel van het lot van dat organisme. Dat is een regel uit het script waarvan het bewustzijn de auteur is.

Gisteravond hoorde ik u een heel duidelijk onderscheid maken tussen acceptatie en instemming. U zei dat u iets kunt accepteren zonder het ermee eens te zijn. Ik ben er erg nieuwsgierig naar hoe dat in de praktijk is, hoe dat in je gedrag wordt weerspiegeld.

Als we het hebben over gedrag, hebben we het erover of je het ergens mee eens bent of niet. Dat bepaalt je reactie: of je iets leuk vindt of niet. De acceptatie waarover ik het heb, deze vrede waarover ik het heb, is het vaste fundament waarop de reacties plaatsvinden. Neem het voorbeeld van de oceaan. Er kan aan de oppervlakte van de zee een ongelofelijke storm aan de gang zijn: de wind huilt, de golven komen opzetten en slaan stuk, maar als je anderhalve meter onder het wateroppervlak duikt, ervaar je niets van wat er aan het oppervlak plaatsvindt. Er is dezelfde kalmte, dezelfde rust onder het oppervlak als bij een totale windstilte. Zo is het ook met deze acceptatie. De acceptatie die er in de diepte is, is aanwezig, onverschillig of je het ergens mee eens bent of niet, of je gelukkig bent of niet, of je pijn voelt of genot. Deze dingen gebeuren allemaal aan de oppervlakte, de acceptatie is in de diepte.

En is deze acceptatie iets dat te ervaren is?

]Het is niet te ervaren, want ten opzichte daarvan is er geen afgescheidenheid mogelijk. Het is wat de wijze ís. De ervaringen gebeuren aan de oppervlakte, want daar is datgene wat veranderlijk is. De vergelijking met duiken die ik zojuist gebruikte, kan niet rechtstreeks worden toegepast op de wijze, want de wijze gaat de vrede van de acceptatie niet binnen. Er is geen persoon, geen ‘mij’ afgescheiden van de wijze, die deze vrede zou kunnen ervaren, of die de activiteit aan de oppervlakte – genot en pijn – zou kunnen ervaren. Er is geen afgescheiden persoon die betrokken raakt bij die twee. Mensen kwamen bij Nisargadatta Maharaj, en die had een heel erg vurige geaardheid. Hij kon schreeuwen en heel boos worden. En toch, als mensen hem dan vroegen: “Maharaj, waarom bent u zo boos?”, zei hij: “Wie is er boos?” Er is boosheid aanwezig, maar er is niet iemand die boos is en evenzo is er niet iemand die in vrede verblijft. Er is vrede, er is boosheid, maar er is niet iemand die erbij betrokken is.

“De acceptatie in de diepte is aanwezig, onverschillig of je gelukkig bent of niet, of je pijn voelt of genot.”

Dus deze ervaarbare toestanden worden bij vergissing toegeschreven aan een fictief persoon?

Het onderscheid wordt fijner en fijner naarmate we dieper graven in de kwestie van het ervaren en de aard van het ervaren. We spreken namelijk over twee niveaus van ervaren. Er is de rechtstreekse ervaring van het moment door het organisme, er zijn de mechanismen binnen het organisme die zorgen voor een reactie. Het organisme maakt deel uit van de wereld, het weet wat er in de wereld gebeurt. Het heeft zenuwen. Het heeft een waarnemingsvermogen. Het heeft alles wat bijdraagt tot het ervaren van het moment. Maar – en dat is het subtiele punt – er is niet iemand aanwezig die deze ervaringen opeist als zijnde ‘van mij’. Er is geen ‘mij’ aanwezig dat betrokken raakt in de ervaring van het moment. Toch is er in het organisme iets aanwezig dat je als een ‘mij’ zou kunnen beschrijven, want het organisme verwijst naar zichzelf als het zegt: “Ja, ik heb honger, ik ben moe, ik ben blij, ik ben verdrietig.” Deze eigenschap van naar zichzelf verwijzen is niet het ‘mij’ dat de oorzaak is van lijden. Het is niet het ‘mij’ dat afgescheiden is. Het is spontaan, het maakt deel uit van het moment.

Wayne Liquorman

[Wayne Liquorman is een bekende leerling van de advaita-leraar Ramesh Balsekar die hij, na een leven als alcoholist en drugsverslaafde, ontmoette in 1987. Zijn eerste boek verscheen in 1990 onder de naam Ram Tzu (in het Nederlands verschenen onder de titel Wie zoekt zal niet vinden), omdat hij ‘niet wilde dat mijn woonkamer zich zou vullen met allerlei wanhopige zoekers’. Wayne ging pas in het openbaar spreken vanaf 1996, nadat zijn leraar hem dit had gevraagd. De non-dualistische leer van Liquorman is compromisloos en doorspekt met humor, zonder religieuze dogma’s of de vernis van new-age. Planloos beantwoordt hij vragen van bezoekers.

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio