Alleen wat veranderlijk is kan sterven

Mieke Berger

Mieke Berger – Verschenen in InZicht nr 4, 2018 – Leestijd is ca. 8 minuten

We zijn ontstaan uit onveranderlijk Zijn, gemaakt van onveranderlijk Zijn en lossen na de dood weer op in onveranderlijk Zijn. We zijn wat we waren voor we geboren werden. Geboorte betekent dat Zijn het toneelstuk dat we leven noemen in zichzelf laat verschijnen. De dood betekent dat Zijn een eind maakt aan het toneelstuk.

Het thema van deze editie is ‘op sterven na dood’, maar ik wil het hebben over sterven vóór de dood. Laten we als uitgangspunt nemen de ervaring die we allemaal hebben, namelijk dat we ons ervan bewust zijn dat we zijn. Dit besef wordt bijvoorbeeld door Sri Nisargadatta aangeduid met het begrip ’Ik Ben’. Dat besef ontstaat spontaan als tijdgebonden beweging in het bewegingloos Bewustzijn dat niet tijdgebonden is. In dit zijnsbesef manifesteert zich de mind, die als het ware een beweeglijke wereld aan ons laat verschijnen in tijd en ruimte. Al die beweeglijkheid is waarneembaar met onze zintuigen en is zo fascinerend dat we helemaal opgaan in deze door de mind voorgetoverde wereld.

Fascinatie is niets anders dan vergeten dat we alleen maar waarnemer van dit spel zijn. We vinden sommige zaken aantrekkelijk en streven daarnaar. Elk streven duidt op een gevoel van onvoldaan zijn. Als ons streven succes heeft, ontstaat de angst kwijt te raken wat we verworven hebben. We zijn dus nog steeds niet helemaal gelukkig. Er zijn zaken die we heel onprettig vinden en die we uit alle macht willen ontlopen. Ook dat is een streven dat geïnitieerd wordt door een gevoel van ontevredenheid. Al onze problemen zijn dus terug te voeren tot de werking van de mind, die plezier zoekt en pijn vermijdt. Die dynamiek doet de wereld doorgaan.

De kleine dood

Diezelfde mind is niet zonder onderbrekingen actief. Tussen gedachten, tussen bewuste waarnemingen is er altijd een periode (hoe kort ook) dat de mind even stil is. In die momenten zijn al onze verlangens en afkeren afwezig en ervaren we vrijheid en afwezigheid van lijden, totdat de mind weer actief wordt en onze fascinatie voor de wereld van de zintuigen weer verdergaat. In die momenten van verstilling is er alleen maar een stil besef van zijn. We hoeven niets, we willen niets, we moeten niets: we zijn vrij en bevrijd.

Vergelijk het met de staat van de diepe slaap. Tijdens de diepe slaap ervaren we geen pijn, hebben we geen zorgen, geen verdriet en zijn we bevrijd van al ons lijden. Als de mind stil is, verkeren we in een staat van volmaakte vrede en vrijheid, terwijl niemand zal ontkennen dat we nog steeds leven. Het stilvallen van de mind kan men aanduiden als de kleine dood, dat wil zeggen dat op de achtergrond de mind latent aanwezig is maar zich niet manifesteert tot we weer ontwaken. Als dat moment aanbreekt, is er eerst het besef te zijn, daarna wordt de mind weer actief.

Voor dit moment maak ik een onderscheid tussen wat kent (‘Ik Ben’-besef) en wat gekend wordt (projectie van de mind). Als dit inzicht doorbreekt, ervaren we dat we dingen alleen maar kennen in plaats van die dingen te zijn. We kennen onze gedachten, handelingen, ons ego, ons lichaam, maar we zijn die niet. Als dit doorzien is, kan die fascinatie met de wereld van zintuigen ophouden te bestaan. Er is een ‘Ik Ben’-besef, maar er zijn geen actieve bemoeienissen met dat waartoe onze mind ons verleidt. We nemen waar zonder een persoonlijke betrokkenheid. We zijn toeschouwer van het toneelstuk dat zich voor onze ogen afspeelt.

Hoe verloopt zoiets en hoe kun je dit zelf ervaren? Er kan een niet afdwingbare doch onontkoombare fase ontstaan waarin de body niet meer meedoet, de functies vallen grotendeels weg en de ademhaling is heel oppervlakkig. Elk idee van verleden, elke projectie met betrekking tot de toekomst is afwezig. Je voelt geen verdriet, geen gemis. Het lijkt of de zintuigen afsterven. Er is alleen rust, alleen besef van zijn. Alleen dat. Zijnsbesef zonder het beseffen van iets. Dit is de staat van de ‘kleine dood’.

De grote dood

Wat is dan de grote of zo u wil de ‘echte’ dood? De mind heeft een lichaam nodig om te kunnen functioneren. Als dat lichaam wegvalt, is er geen mind, geen wereld, geen ‘Ik Ben’-besef. Geen lichaam, geen mind, en dus ook geen zintuigen waarmee de mind een wereld tevoorschijn kan toveren. De grote dood betekent domweg dat het lichaam definitief ophoudt te functioneren. Mijn wereld lost op, die van de levenden gaat gewoon door. Wat veranderlijk is lost als het ware op in het onveranderlijke Zelf, dat begin, noch einde, noch ruimte kent, maar wel IS. Veranderlijk is alles wat een begin en eind heeft en dus afhankelijk is van tijd. In dat verband is de uitspraak dat iemand uit de ‘tijd’ gestapt is heel toepasselijk voor iemand die overleden is.

Wat onveranderlijk is valt niet te beschrijven noch te kennen, maar om ernaar te verwijzen noemen we het Bewustzijn of beter nog Zijn. Zijn is er nooit niet. In essentie zijn we Dat. We zijn ontstaan uit onveranderlijk Zijn, gemaakt van onveranderlijk Zijn en lossen na de dood weer op in onveranderlijk Zijn. We zijn wat we waren voor we geboren werden. Beter gezegd: we zijn nooit iets anders geweest dan Zijn. Geboorte betekent dat Zijn het toneelstuk dat we leven noemen in zichzelf laat verschijnen. De dood betekent dat Zijn een eind maakt aan het toneelstuk. Zijn is onveranderlijk voor de geboorte, tijdens het leven en na de dood. Er is alleen Zijn en alles is Zijn. Alles komt voort uit Zijn en alles keert terug naar Zijn.

Zhuangzi’s vrouw

Kijk hoe Zhuangzi het onder woorden heeft gebracht. Toen de vrouw van Zhuangzi was gestorven, ging Huizi hem condoleren. Hij trof hem zingend aan, terwijl hij op de grond hurkte en de maat sloeg op een schaal. Huizi zei tot hem:

“Nu je vrouw, met wie je lang hebt samengeleefd en die je kinderen heeft grootgebracht tot ze oud was, is gestorven, had je ook kunnen volstaan met niet te wenen. Maar zingen en de maatslaan op een schaal, gaat dat nu niet te ver?” Zhuangzi antwoordde: “Nee, dat is niet zo. Toen ze stierf was ik eerst natuurlijk verdrietig. Maar toen dacht ik na over hoe ze ooit is ontstaan. Ooit was ze nog niet geboren; niet alleen bezat ze nog geen leven, maar ze had ook geen vorm; en niet alleen had ze geen vorm, ze had ook geen adem. In de vermenging van de donkere chaos ontstond een verandering, en er was adem; de adem veranderde en er was vorm; de vorm veranderde, en er was leven. Nu is er weer een verandering geweest, en is ze gestorven. De relatie tussen deze dingen is als de opeenvolging van de vier seizoenen: lente, zomer, herfst, winter. En toen ze daar met haar gezicht omhoog lag, slapend in de Grote Kamer tussen hemel en aarde, heb ik om haar gesnikt en gehuild, maar ik bedacht dat ik me gedroeg als iemand die niet begrijpt hoe de natuurlijke loop der dingen is. Daarom hield ik ermee op.”

Mieke Berger

Wolter Keers heeft Mieke Berger op het pad gebracht van Sri Nisargadatta Maharaj, die zij na de eerste introductie veelvuldig heeft bezocht. Advaita vedanta is het leidend uitgangspunt in het werk en leven van Mieke. Al meer dan 50 jaar concentreert haar werk zich op begeleiding bij zingevingsvragen en het bevorderen van existentieel welzijn. Mieke werkt o.a. in Costa Rica en Zuidoost-Azië. Jaarlijks komt ze naar Europa voor kuur- en begeleidingsweken. Van tijd tot tijd geeft zij seminars met als onderwerp verscheidenheid in non-dualiteit als weg naar vrijheid. Info: www.jinshinhealing.com

BTW 098765432 | KvK 765321 | © Copyright 2018 – InZicht magazine voor non-dualiteit | webdesign by Lucid Studio